Het Thomas a Kempis College heeft ook een afdeling praktijkonderwijs. Daar verzorgen wij praktijkonderwijs en praktijkonderwijs-plus. Wat dat allemaal inhoudt, kun je hieronder lezen.
Praktijkonderwijs is voortgezet onderwijs.
Het is bedoeld voor leerlingen die vooral leren door doen.
Om toegelaten te worden tot het PrO wordt er onderzoek gedaan naar de capaciteiten van de leerling:
- het leervermogen ( het IQ )
- de vorderingen bij lezen, spelling en rekenen – uitgedrukt in dle’s
Daarnaast zijn de leerlingen niet anders dan anderen binnen het voortgezet onderwijs:
ze willen leren, zich ontwikkelen en laten zien wat ze kunnen.
De opdracht voor PrO is dan ook hetzelfde als voor andere onderwijsvormen:
leerlingen moeten de kans krijgen hun talenten optimaal te ontwikkelen.
Belangrijk is dat ze zichzelf leren kennen en anderen leren zien als waardevol.
Zelfstandig wonen, zinvolle vrijetijdsbesteding, maatschappelijk functioneren en een plaats op de arbeidsmarkt zijn de doelen van het PrO.
Het PrO is gevestigd op de locatie aan de Palestrinalaan; het is een kleine school met achter de school een functionele ruimte voor het praktisch onderwijs.
Je hebt er les in kleine groepen.
In de eerste drie jaren blijft er ruim aandacht voor de basisvakken lezen, spelling en rekenen.
Dat doe je met leerlingen van eenzelfde niveau: werken in de blokken.
Daarnaast heb je in de eerste drie jaren vakken als aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, Engels, wiskunde, gymnastiek, verzorging en sociale vaardigheden.
Die vakken doe je in je stamgroep.
’s Middags is er drie keer per week praktisch onderwijs: we noemen dat modulair onderwijs – je doet dit in gemengde groepen.
Je krijgt er les in kleine stappen om praktische vaardigheden aan te leren.
Daarnaast is het de bedoeling dat je de juiste werkhouding aanleert.
Je kunt – na een kennismaking met de vakken – kiezen uit 7 richtingen:
Catering, textiel, groen, repro, metaal, houtbewerking en schoonmaak.
Als je gekozen hebt doe je dit een half jaar.
In het derde jaar begint de voorbereiding op stage.
In januari start je dan met je eerste hele stagedag.
Dit doen we pas na uitvoerige gesprekken met jou ( coaching ) en je ouders/verzorgers.
Ook gaat er een uitgebreid arbeidskundig onderzoek aan vooraf om te zorgen dat jij op de plek komt die bij jou past.
Daarnaast is er in de onderbouw ruim aandacht voor die dingen die te maken hebben met je leven buiten de school, met je persoonlijke vorming.
In projecten wordt er gesproken over gezonde voeding, omgaan met verliefdheid en seksualiteit, omgaan met roken en drinken.
Je gaat buiten de school meedoen aan Rots en Water, en in het derde jaar, als je een meisje bent, doe je Girls Talk.
De mentor is voor jou de centrale figuur binnen de school: hij/zij nodigt je uit voor coachingsgesprekken, waarin jij aangeeft wat je van school verwacht.
Op het praktijkonderwijs van het Thomas a Kempis college hebben we twee niveaus. Naast het reguliere pro bieden wij pro+ aan. Dit is geschikt voor de gemotiveerde leerling met goede schoolresultaten. Als je pro+ wilt gaan doen zul je niet alleen goede cijfers moeten halen, maar ook moet je laten zien dat je jouw niveau met taal, rekenen en lezen verbetert.
In de pro+ klassen wordt meer van je verwacht, je krijgt meer theorie en je moet vaker een toets leren.
In het derde jaar van pro+ kies je een vervolg. Je gaat naar het mbo, word convenant leerling, gaat naar de reguliere bovenbouw of je kiest voor een vervolg op TalentStad. Je komt dan in het 3e jaar VMBO en kunt via deze weg een diploma halen.
In de bovenbouw wordt je stage uitgebouwd naar twee dagen en later zelfs naar 3 dagen in de week. Op de dagen dat je op school bent werk je aan je ontwikkeling in taal, rekenen, spelling en algemene vakken. Dit zal meer gericht zijn op stage en werken. Je blijft lessen volgen in praktische vakken en er is een mogelijkheid om je voor te bereiden op het bromfietsexamen of theorie examen voor je rijbewijs.
Stage krijgt een belangrijkere plek binnen jouw onderwijsprogramma. Samen met je stagedocent en eventueel een jobcoach ga je op zoek naar een stageplek waar je in de toekomst ook aan het werk kunt. Als dit lukt word je nadat je 18 wordt, en aan het werk gaat, nog twee jaar begeleid door mensen vanuit school.
Als je 16 bent en je schoolresultaten zijn goed, is er de mogelijkheid om de overstap te maken naar het mbo niveau 1. In goed overleg met je mentor en je ouders wordt bepaald of je dit volledig zult doen, of dat je gebruik gaat maken van het “convenant”. Als convenant leerling ga je twee dagen in de week naar het mbo, loop je twee dagen stage en kom je één dag terug bij ons op school. Je krijgt dan een vaste begeleider die je ondersteunt bij het maken van je opdrachten. Mocht toch blijken dat het mbo te hoog gegrepen is, dan is de overstap terug naar school niet groot. Als het je wel lukt het niveau 1 diploma te behalen, dan kunt je doorstromen naar een niveau 2 opleiding.
Mede door ESF-subsidie kunnen wij een betere aansluiting op de arbeidsmarkt voor onze leerlingen realiseren.



